Contact

telefoon
076 820 02 91
fax
076 820 02 92
mail
info@vog-specialist.nl

Neem de vraag een VOG te overleggen serieus

Kom altijd in actie als je aanvraag voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) -voornemens- wordt afgewezen. Schakel een deskundige in en ga er voor. Hieronder lees je waarom.

De Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) bepaalt helaas je loopbaan, en vaak zelfs je leven. Als de VOG niet wordt afgegeven gaat de beoogde baan naar een ander. Het gewenste vrijwilligerswerk blijkt ineens niet mogelijk. Bepaalde bedrijfsactiviteiten kunnen niet worden opgestart. En emigreren is niet meer mogelijk.

De Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) schiet volstrekst tekort als middel de betrouwbaarheid/integriteit en het veiligheidsrisico van mensen en rechtspersonen in te schatten. Het onderzoek gaat namelijk niet verder dan het administratief in het verleden terug kijken of men geregistreerd staat met politie en/of justitie in aanraking te zijn geweest. In het onderzoek en toetsingskader ontbreekt het aan elke reële (feitelijke) risico inschatting. De VOG levert als zodanig de samenleving een hoge mate van schijnveiligheid. De aanvrager die de aanvraag afgewezen ziet wordt zo voor een tweede keer gestraft.

Wat is de bijdrage van een VOG aan een veiligere samenleving?

De werkelijkheid van alle dag is dat het wel of niet afgegeven VOG feitelijk een zeer geringe bijdrage levert aan een veiligere samenleving. Daarvan is slechts sprake als het om enkele gelukkig zelden voorkomende excessen gaat. Ik neem daarbij in ogenschouw dat iemand die het in zijn of haar persoonlijkheid heeft 'een gewoonte te maken' van het plegen van strafbare feiten geen aanvraag voor een VOG zal indienen. Hetgeen natuurlijk ook voor de zogenaamde beroepscrimineel geldt. De vraag is opportuun of het VOG beleid door het expliciet legaliseren van in personen schuilende onbekende risico's onze samenleving juist niet onveiliger maakt.

Ik leg dat als volgt uit. De aangiftebereidheid is heel laag. Het overgrote deel van alle gepleegde strafbare feiten blijft met hun plegers dus gewoon buiten het zicht van politie en justitie. Een overwegend deel van de politieaaangiftes is een zogenaamde 'onbekende dader', of wordt met bekende dader zonder proces-verbaal afgedaan. De plegers van al deze strafbare feiten worden dus ook niet geregistreerd. Bovendien is zowel bij een aangifte, als bij handhaving in zijjn algemeenheid, sprake van een bijzonder lage pakkans. En ook hier dus geen registratie van de plegers. Vastgesteld moet worden dat slecht een topje van een ijsberg aan plegers van strafbare feiten uiteindelijk tegen een registratie in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) aan loopt. Daarnaast blijft de afgifte van een VOG een momentopname en heeft deze dus maar een zeer geringe ‘geldigheidsduur’.

Bestaat er een geldige legitimatie voor het VOG beleid?

Het antwoord daarop is naar mijn mening een volmondig "nee". Dat werkt volgens mij twee kanten op. Statistisch gezien heeft een relatief hoog percentage van de aanvragers die een VOG thuisgestuurd krijgen strafbare feiten begaan. Strafbare feiten die als zij daarvoor als plegers geregistreerd zouden zijn volgens het beleid tot een afwijzing hadden moeten leiden. De enige legitimatie om aan hen een VOG af te geven lijkt 'onwetendheid' te zijn. Deze aanvragers staan niet in het 'topje van de ijsberg' en er worden dan ook geen 'bezwaren' tegen hen gevonden. Ik denk dat de samenleving hier niet persé veiliger van wordt, in tegendeel zelfs.

De andere kant is dat de aanvrager die wel in het 'topje van de ijsberg' staat vol door het beleid in zijn of haar belangen wordt getroffen. Het is niet relevant of je strafbare feiten hebt gepleegd of niet, relevant is of je daarvoor geregistreerd staat of niet. Het beleid is (inmiddels) zo tekstueel en juridisch 'dichtgetimmerd' dat er nauwelijks ruimte wordt gelaten voor de persoon van de aanvrager en zijn of haar specifieke omstandigheden. Dat terwijl de wetenschap dat laatste toch doorslaggevend acht in het inschatten van een eventueel toekomstig risico dat er in een persoon schuilt. Het onderzoek beperkt zich tot overheidsadministratie, algemene aannames, en niet onderbouwde veronderstellingen. Ik meen dat op deze wijze in de meeste gevallen theoretisch een risico wordt gecreëerd dat feitelijk niet bestaat. Ik denk dat het schaden van de belangen van veel aanvragers de samenleving niet veiliger maakt, in tegendeel zelfs.

Ik stel helaas vast dat zowel de politiek, als de Raad van State, tot op dit moment nog steeds niet in staat zijn door de gefortificeerde stellingen van de Beleidsregels heen te kijken. Hoe 'niet onredelijk' het fort van buitenaf ook lijkt, binnen de muren gebeurt er iets anders dan waar het voor gebouwd is.

Steeds vaker Verklaring Omtrent het Gedrag gevraagd

Ondanks de twijfelachtige bijdrage aan een veiligere samenleving en de vergaande gevolgen voor aanvragers wordt er steeds vaker gevraagd een VOG te overleggen.

Het is aan iedere voor een beleidsveld verantwoordelijke minister afzonderlijk te beslissen of voor het mogen verrichten van bepaalde werkzaamheden een VOG wettelijk verplicht moet worden gesteld. Die wettelijke verplichting wordt steeds vaker toegepast.
Daarnaast worden er ook in diverse brancheorganisaties afspraken gemaakt de VOG bij de werving van nieuwe medewerkers in de selectiecriteria op te nemen.
Organisaties waar vrijwilligers werken zijn inmiddels ook nadrukkelijk in beeld en worden mede van overheidswege geadviseerd om de VOG te gaan vragen.

Met betrekking tot (vrijwilligers-)organisaties/bedrijven (lees Rechtspersonen) nemen de aanvragen in zakelijke zin ook in aantallen toe. Vaak maakt het kunnen overleggen van een VOG Rechtspersoon (VOG Rp) al vast deel uit van een aanbestedingstraject.

Beoordeling Verklaring Omtrent het Gedrag is subjectief

Slechts een klein deel van de beoordeling tot afgifte van een VOG is echt objectief. Zijn er antecedenten ja of nee. Zo ja, dan worden de antecedenten tegen een vaste tijdslijn gelegd. Denk daarbij bijvoorbeeld aan hoever in het verleden mag worden teruggekeken.

Voor het grootste gedeelte zijn de afwegingen tot afgifte van een VOG subjectief. Want de beoordeling van het veiligheidsrisico in bijvoorbeeld het afwegen van de aard van een eventueel ooit gepleegd misdrijf in relatie tot een nu gewenste functie is niet in (beleids-)regels en protocollen te vangen. Ter verduidelijking daarvan het volgende voorbeeld.

Het COVOG zegt in de beoordeling scherp te letten op de aard van een eventueel misdrijf in relatie tot het beroep of de functie. Het haalt vaak zelf het voorbeeld aan dat een aankomend leerkracht best dronken achter het stuur betrapt mag zijn. En zelfs wel twee keer ook. Veroordeeld voor rijden onder invloed wordt aan de aankomend leerkracht een VOG afgegeven. In deze situatie zou een aankomend taxichauffeur een VOG worden geweigerd. Wordt er nu een aankomend leerkracht met een mogelijk alcoholprobleem voor de klas gezet? Hoe groot is de kans dat deze aankomend leerkracht zijn pupillen het goede voorbeeld gaat geven? Wordt een nu bijna geheelonthouder de kans om als aankomend taxichauffeur zijn brood te gaan verdienen ontnomen? Hoe groot is de kans dat de kleine overschrijding van het toegestane in de privésfeer door de aankomend taxichauffeur hem tot een gevaar voor zijn passagiers en de overige weggebruikers maakt? Wie wordt er zo nu eigenlijk tegen wie beschermd? Niemand kan ontkennen dat zulke afwegingen uiterst subjectief van aard zijn.

Wat is de trend

In toenemende mate is in de samenleving een roep voor een betere bescherming daarvan hoorbaar. Voornamelijk voortkomend uit emotionele uitingen bij zware incidenten met zedendelicten. Politieke partijen, Volksvertegenwoordigers en Bestuurders zien hierin een kans publiekelijk 'te scoren'. In het recente verleden zijn over deze incidenten verschillende Kamervragen gesteld. De verantwoordelijke ministers reageerden daarop met (nog) meer formele regels en aangescherpt beleid voor de afgifte van een VOG. De angst is gaan regeren.

Het persoonlijk belang van de aanvrager om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) te verkrijgen wordt in de afwegingen als volstrekt niet relevant beoordeeld. Voor de aanvrager rest dan het officiële traject van Zienswijze, Bezwaarschrift en Beroepsprocedure. Daar gaat heel veel energie en tijd in verloren. Een zwaar bevochten afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) wint voor de aanvrager in waarde. Betwijfeld mag worden of de belanghebbende (organisatie/bedrijf) het geduld op kan brengen de aanvrager in het officiële traject te volgen.

Met de onterecht aangewakkerde angst in de maatschappij en een gelijktijdige toename van het aantal aanvragen lijkt het persoonlijk belang van de aanvrager helaas geheel te verdwijnen.

‘Eens een dief, altijd een dief’

Met het beleid van de Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) wordt een belangrijk uitgangspunt in ons rechtssysteem geweld aangedaan. De resocialisatie wordt daardoor zwaar gefrustreerd. Het zogenaamde ‘eens een dief, altijd een dief’ is (weer) nadrukkelijk aanwezig. Het menselijk mechanisme van 'leren door fouten' is buiten spel gezet. Systematisch worden alle aanvragers met een justitiële registratie gecriminaliseerd. De registratie van strafbare feiten en de gevolgen daarvan is inmiddels tot een extra straf (beroepsverbod) geworden.

Heb je problemen bij de aanvraag voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) laat je dan adviseren, begeleiden, steunen, en/of bijstaan door een specialist. Wij zijn deskundig op het niveau van een gespecialiseerde advocaat.

 

VOG expertisecentrum betaalbare deskundige snelle service

Advocaat | Raadsman | Gemachtigde | Aanvraag | Zienswijze | Bezwaar | Bezwaarschrift | Beroep | Beroepschrift